Tommie Pondsteen.

Deel 2. Vleugelloos Vliegend.

uitgeverij: Gopher bv
ISBN

Dit is het tweede deel van Tommie Pondsteen.

Tommie beleeft bizarre avonturen in een onvoorspelbare omgeving. Toch is er is meer echt aan dit verhaal dan de lezer zal vermoeden. Veel is echt gebeurd, soms op een wat andere manier, maar dat hoort nou eenmaal zo in boeken. Welke gebeurtenissen wel hebben plaats gevonden en welke niet zal niet worden verteld. Maar de vader van Tommie is beslist minder aardig dan de vader van de schrijver, en meisjes als Tommies zus bestaan, maar komen in zijn familie gelukkig niet voor. Net als Tommie heeft de schrijver veel lesuren geweid aan telekinetische experimenten, alleen lukte het hem nooit voorwerpen in beweging te brengen met zijn ogen. Zelfs de telekinesemeter heeft echt bestaan, al werd deze niet door de schrijver gemaakt, maar door een vriendje dat nog ongeschikter voor de schoolbank was dan hij.

Het verhaal is voorzien van voetnoten die ingewikkeld kunnen zijn. Lezers die minder filosofisch zijn of niet van koken of wetenschap houden kunnen deze gewoon overslaan. Maar ze zijn wel leuk en vaak ook heel interessant voor wie daar wel van houdt.

Een passage:

Hoofdstuk 21. Het moeras

Horsts koorts was de volgende morgen inderdaad geweken. Het was weer een grauwe, druilerige dag, maar het woei niet en het was ook niet overdreven koud. Daarom trokken Tommie en Martijn hun waterdichte capes over een dikke trui aan en een warme gevoerde linnen broek en vertrokken naar het moeras.
Het moeras was snel gevonden. Nu Tommie alleen Martijn met zich mee hoefde te voeren, overbrugden zij de afstand zo snel dat het voor Tommie nog maar moeilijk te bevatten was dat hij een paar maanden geleden dagen over deze tocht had gedaan. Het vinden van de plaats waar hij was geland, was een ander verhaal. Lange tijd vlogen zij kriskras heen en weer, tot Tommie een spoor van boomstammetjes over een modderige poel vond.
     "Kijk!" riep hij. "Daar heb ik gelopen. We zijn in de buurt."
En inderdaad, niet veel later zagen zij een metallic blauwe Volkswagen Passat staan. Deze was inmiddels tot zijn koplampen in de modder weggezakt, maar omdat hij blauw was en er niet veel auto's geparkeerd stonden in deze omgeving, moest het de auto van Tommies vader wel zijn.
     "Hij is vanbinnen vol met water gelopen", zuchtte Tommie, die een stukje van de ondergepoepte ruiten had schoongeveegd en tussen zijn handen door naar binnen tuurde. "Het zal wel even duren voordat hij droog is, vrees ik."
Ook de meubels van zijn slaapkamertje stonden er nog. Deze waren eveneens besmeurd met modder, algen en vogelpoep, maar Tommie was allang blij dat hij ze gevonden had.
     "Ik moet ze teruggeven", mompelde hij beschaamd. "Dat had ik eigenlijk meteen al moeten doen." Snel stak hij zijn tentakel in zijn boekenkast en liet deze verdwijnen.
     "Het blijft een mooi gezicht, elke keer weer," sprak Martijn, "maar..."
     WOEP!
Daar verdween de tafel. En toen de bureaustoel en zijn hoogslaper en nog veel meer, tot Tommie alleen nog maar een handje knikkers in zijn hand hield die hij in de modder had gevonden.
     "Zo, dat is dat", riep hij verheugd uit, omdat hij meende een deel van zijn schuld te hebben ingelost en hij zich nu veel lichter voelde. "Die zijn terug. Wat zullen ze blij zijn."
     "Nou, vast en zeker", mompelde Martijn. Zijn gezicht stond zorgelijk en echt overtuigd leek hij niet.
Maar dit ontging Tommie. Maanden had hij hier naar uitgezien en even was hij door het dolle heen van blijdschap. Toen betrok zijn gezicht en keek hij Martijn onzeker aan.
     "De brief, de brief aan mamma die ik gisteravond heb geschreven. Hoe moeten we die versturen, zodat we zeker weten dat ze hem vinden? Als hij zomaar ergens in een hoekje valt, of onder een kast, dan zien ze hem misschien wel helemaal niet."
Dat was een probleem waar ze nog niet bij stil hadden gestaan, maar uiteindelijk hadden zij ook daar een oplossing voor bedacht en verzond Tommie zijn brief.
     "Nu de auto nog, dan is je vader ook tevreden", sprak Martijn met een gemene grijns op zijn gezicht.
Ook dit ontging Tommie. Even later verrees de Volkswagen Passat uit de modder en verdween hij geluidloos in het niets.
     "Hè!" zuchtte Tommie, "dat is een pak van mijn hart. Ik hoop dat papa nu niet meer boos op me is."
     "Vast niet," meende Martijn, "nou kan hij tenminste weer met de auto naar zijn werk."
Uitgeverij Gopher
Tommy Pondsteen, waar is Kwantum-X?

Tommy Pondsteen, Vleugelloos Vliegend.

Tommy Pondsteen, Waar angst heerst.
Aardvarken in de hoek